We proberen Aaron, naast het onoverkomelijke Bumba, ook de klassiekers bij te brengen, zoals Bert en Ernie. Het helpt dat die op zijn pampers staan, en hij spreekt “Ernie” op de meest schattige manier uit.
De laatste weken leert hij aan een razendsnel tempo nieuwe woorden bij: kip, paardje, kindje, pipi, baby, potje, open, toe, papaai (papegaai), aap, mouw, nog, mee, boemboem (samson), mama toch, papa toch, Aaron toch, …
Als hij ’s morgens wakker wordt, krijgen we een opsomming van de belangrijkste dingen in zijn leven (mama, papa, Ayco, Bumba, Bumbalu) en als papa de kamer binnengaat, zegt hij “boe !”.
Hij heeft ook “zichzelf” ontdekt, in de zin dat hij nu “Aaron” zegt tegen zijn spiegelbeeld en niet meer “mama” en dat hij woorden gebruikt als “bang” en “pijn” voor zichzelf.
Kleine kindjes worden groot…








